Waar is God in het traumadeel? Waar was God in Auschwitz? Over kwaad, trauma en de weg terug naar eenheid

Pas vroeg iemand me ‘Waar is God in het traumadeel?’ of ‘Waar is God tijdens traumatische gebeurtenissen?’ ‘Ik zou zo graag een antwoord vinden op, ‘waar was God in Auschwitz?’…

En deze vragen draag ik al een paar dagen met me mee, en ik voel dat ik er veel meer over zou kunnen schrijven dan een kort artikel. Toch wil ik het één en ander uit éénzetten voor mezelf, maar ook voor anderen die hier ook mee worstelen.

Waarom bestaat kwaad?

Misschien begint de vraag naar het kwaad, wel bij de vraag: hoe zijn wij eigenlijk geschapen? In Jesaja 45:7 staat een confronterende zin: “Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het kwaad, Ik, de Heer doe al deze dingen”. Daarmee wordt niet gezegd dat God kwaadaardig is, maar wel dat niets buiten Zijn werkelijkheid en aanwezigheid valt. Licht en duisternis behoren beide tot het bestaan waarin de mens geplaatst is en geven ons de mogelijkheid tot onderscheid en daardoor tot keuze voor liefde. Polariteit geeft ons de mogelijkheid verschil te ervaren. Als je uit een kraan enkel altijd lauw water krijgt weet je niet dat het lauw is, enkel door koud en heet weet je dat het water lauw is. Door de verschillen, leren we onderscheid te maken. God schiep de mens met keuzevrijheid, niet als een robot die automatisch doet wat goed is. Juist uit liefde gaf Hij de mens een vrije wil. Want liefde kan alleen werkelijk liefde zijn wanneer zij vrijwillig beantwoord wordt, wederkerig is. Het verbond dat God met Israël sloot waarin de Torah werd ontvangen ging over relatie, wederkerigheid, dienstbaarheid aan de ander.

In die vrijheid ligt echter ook de mogelijkheid besloten om ons af te keren van het verbond, van liefde, van medemenselijkheid, van God zelf. De mens draagt daarom zowel het vermogen tot liefde en compassie als tot haat en vernietiging in zich. De geboden in de Bijbel worden niet gegeven als een systeem van controle, maar als een morele leidraad die de mens steeds opnieuw terugroept naar verbinding, verantwoordelijkheid en medemenselijkheid, naar een leven waarin liefde niet alleen ontvangen wordt, maar ook belichaamd. Waarin je zelf liefde bent, en handelt vanuit die liefde.

In dat licht ontstaat kwaad daar waar de mens zich afscheidt van de ander, van zichzelf en van God. Ontmenselijking begint op het moment dat we ophouden de ander als volledig mens te zien, als bedreiging, object of vijand. Wanneer verbinding verloren gaat, ontstaat er ruimte voor kilte, geweld, hebzucht en onverschilligheid die zich niet alleen individueel, maar ook collectief kunnen verspreiden. Zo laat collectief trauma zien hoe pijn generaties kan doordringen en hele samenlevingen kan vervreemden van hun eigen menselijkheid. Auschwitz is niet enkel een historisch kwaad, maar laat ook zien waartoe een afgesneden vervreemd mens in staat is, wanneer verbinding en empathie verdwijnen.

Vanuit het trauma model

De traumatheorie van Franz Ruppert toont ons dat er bij een overweldigende gebeurtenis, een innerlijke splitsing ontstaat. Een deel van de mens draagt de oorspronkelijke pijn en angst, terwijl een ander deel probeert te overleven door gevoelens af te sluiten en zo goed mogelijk verder te leven. Er zijn veel verschillende overlevingsstrategieën; vermijden van personen, plaatsen situaties, intiem contact en gevoelens, afleiden, negeren, relativeren, controleren van zichzelf en anderen, compenseren of dempen, door alcohol, drugs, eten, seks, werk, gamen, kopen en zorgen voor anderen. Illusies creëren, door religie, spiritualiteit of fantasie, en over dit laatste schrijft Franz uitgebreid in zijn boeken, waarin hij God en religies volledig als overlevingsstrategie ziet. Persoonlijk zie ik dat anders, en is er voor mij geen ontkenning mogelijk van een Creator van deze Schepping die we aarde noemen. Dit zou een artikel op zichzelf kunnen worden, waar ik nu niet ga uitweiden.

Eigenlijk ligt er een diepere vraag bij deze thema’s: wat gebeurt er met een mens als hij iets ondraaglijks meemaakt? Traumatische ervaringen verbreken niet alleen het gevoel van veiligheid en verbinding met de omgeving, maar ook de innerlijke samenhang van de mens. De mens raakt verdeeld in zichzelf. Tegelijkertijd erkent de Bijbel dat de mens de neiging heeft verdeeld te raken van zichzelf, de ander en God. Waar de mens handelt naar egoïsme, vanuit angst of hebzucht, om zich af te keren van liefde en verantwoordelijkheid. Toch klinkt in de bijbel steeds opnieuw de oproep tot teshuva  (terugkeer, berouw, omkeer) niet alleen als erkennen van schuld, maar als een beweging terug naar verbinding: met God, met de ander en met de afgesplitste delen in onszelf. En aangezien we creëren of ervaren van binnenuit naar buiten, hebben we te beginnen bij onze eigen innerlijke verdeeldheid. Van daaruit kunnen we opnieuw verbinden met anderen of God.

“Waar is God in het traumadeel?”

God is misschien niet zoals veel mensen zouden wensen, een macht die constant ingrijpt om kwaad te voorkomen, maar eerder de aanwezigheid die niet verdween in de diepste verlatenheid. Zoals vele teksten hierover schrijven zonder te ontkennen dat er pijn en lijden in dit leven is. Deut 31:6 “Wees sterk en moedig… want de HEER, uw God, gaat met u mee. Hij zal u niet loslaten en u niet verlaten.” Psalm 34:19 “De HEER is nabij de gebrokene van hart, Hij redt wie verslagen zijn van geest.” Psalm 139 7–12 Deze psalm spreekt erover dat er geen plaats is waar de mens buiten Gods aanwezigheid valt, zelfs niet in de diepste duisternis, of hel.

De vraag is dan eerder herkennen wij in alle duisternis Gods aanwezigheid? Kunnen wij nog verbinden met onszelf de ander en God tijdens ons diepste lijden? En kunnen wij zelf liefdevol handelen in tijden van trauma, moeilijkheden, pijn en armoede? Ontmoeten we God in het getuige-zijn? God in de menselijke waardigheid die ondanks alles bleef bestaan? God in mededogen? God in de mensen die elkaar vasthielden? God in het overleven? God in het vermogen om later waarheid te spreken?

Al kent Auschwitz diepe duisternis en walgelijk kwaad toch zijn er de indrukwekkende verhalen, waar joden met het kleine beetje brood dat ze hadden deelden met anderen, of shabbat probeerden te vieren om Gods aanwezigheid uit te nodigen. Waar in daden van sommigen liefde belichaamd bleef en Gods liefde zichtbaar werd. Victor frankl was een overlevende psychiater van de holocaust en zijn beroemde citaat luidt: “Alles kan een mens worden afgenomen, behalve één ding: de laatste menselijke vrijheid, de vrijheid om je houding te kiezen in elke gegeven omstandigheid, om je eigen weg te kiezen.”

Of zoals in de woorden van Yeshua in Matteüs 25:35–40, waar Hij zegt: “Ik had honger en jullie gaven Mij te eten… Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.” Waar de rechtvaardigen niet begrijpen hoe zij dat aan Hem hebben gegeven. En vervolgens: “Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringste, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”

Gods aanwezigheid wordt niet zichtbaar gemaakt door macht of controle, maar juist in medemenselijkheid, zorgzaamheid, in het zien van de kwetsbare ander, in het vasthouden van menselijke waardigheid te midden van ontmenselijking. Misschien ontmoeten mensen God juist daar waar liefde ondanks alle trauma’s niet verdwijnt.

Eenheid van delen

Waar we tijdens trauma’s ons afgesplitst weten, afgescheiden van onszelf, de ander en God, is heling waar iemand aanwezig blijft bij verlaten delen, en verwonde mensen. Waar God ondanks de kwade keuzes van de mens aanwezig blijft in de Schepping omwille van wederkerige liefde.

Herstel of heling is niet dat het verleden verdwijnt, of dat pijn ineens betekenis krijgt, maar dat de afgesplitste delen in onszelf opnieuw verbonden raken. Dat pijnlijke waarheid wordt erkent. Dat wat ooit verstoten werd uit angst, schaamte of overweldiging, langzaam weer welkom mag worden in liefdevolle aanwezigheid. Heling beweegt juist richting integratie: het ontmoeten van de pijn in onszelf of de ander zonder nog langer te hoeven ontkennen of bestrijden. Maar ook de verantwoordelijkheid naar onszelf en de ander wegen te wandelen vanuit liefde en verbinding.

Misschien is dat ook de diepere betekenis van teshuva, terugkeer. Niet alleen terugkeer naar God, maar terugkeer naar verbondenheid, waarheid en innerlijke heelheid. Heelheid van verdeeldheid in onszelf, maar ook heelheid en eenheid in relaties tussen mensen onderling. Besef dat alle diversiteit van schepping één is. Spiritualiteit wordt dan geen ontsnapping aan pijn, maar de bereidheid om aanwezig te blijven bij wat gebroken is. Niet door het te forceren of weg te drukken, maar door met compassie en liefde te ontmoeten en verbinden.

Waar trauma splitst, nodigt God ons uit Zijn liefde te beantwoorden met liefde en eenheid. Misschien bevindt God zich juist in die beweging naar verbondenheid: een cyclus, waarin de mens zich telkens afgescheiden weet, opnieuw leert voelen, verbinden, liefhebben en mens zijn.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *